Mis je je vriendinnen?

Ook groep 5 heeft vragen voor Jildou: mis je je vriendinnen? En was de leukste dag? Jildou geeft antwoord.

Column voor LD van vrijdag 28 mei

We zien er verwaaid uit. Een familie zee-nomaden getaand en geschuurd door wind, zon en zout. Een sms van de telefoon-provider herinnert ons eraan dat we een landsgrens passeren. Het moderne welkom.

 

Morgen steken we het Skagerak over. Twintig uur zeilen van Denemarken naar Noorwegen. We bestuderen de wind en weervoorspellingen. Kijken naar de verwachte loop van de depressies. Wind is alleen op de korte termijn goed te voorspellen. Net als de mens.

 

Op een ingesleten ritme van overdag zeilen en ‘s avonds voor anker of een klein haventje zijn we Duitsland en Denemarken doorkruist. Bij ontspannen confrontaties met de werkende maatschappij valt mij op hoe bleek de stedelingen eruit zien. Beschermd tegen de elementen door het binnen zitten. Vanaf ergonomische stoelen beschouwen ze een wereld geprojecteerd op een scherm. De laatste keer dat ik het nieuws vernam was op de Duitse radio. Traag schommelend voor anker in een bleke ochtendzon hoorde ik het aan. Het eindigde met de verkeersinformatie. ‘ Funf kilometer stockendes Verkehr und Stau auf die Ring’. Een andere werkelijkheid.

 

Onze leven speelt zich af op de scheidlijn van water en lucht. Als alle land achter je vervaagt raak je verhoogt bewust. Negen meter houten spanten en ribben als middelpunt van een gigantische leegte. Een enorme platte cirkel die tot het einde van het zicht reikt. Al je zorg en geluk geconcentreerd in dit voort klievende sloepje.

 

Maar echt ver is de maatschappij nooit. Strandjuttend op een onbewoond Deens eiland liggen verspreid verweerde flesjes, schoenen en allerlei plastic afval. Als we terug roeien naar ons schip gaat er een vuilniszak vol mee. Een zak vol achteloos vergeten eerste wereld afval.

Als de wind het toelaat neem ik monsters met een sleepnet dat ik van het NIOZ (zeeonderzoek instituut) heb meegekregen. In de punt van het net een fijnmazige zeef van 0.3mm om miniscule deeltjes te kunnen afvangen. Daarmee schaven we de bovenste 5cm van de het zeeoppervlak af, op jacht naar drijvend microplastic.

 

Er zijn een paar typen plastic die drijven: polystyreen (piepschuim), polyethyleen (plastic tassen) en polypropyleen (verpakkingsmateriaal). PET flessen en PVC zinken bijvoorbeeld. Omdat plastic niet verteerd, maar wel afbreekt in alsmaar kleinere stukjes is dit microplastic inmiddels over alle oceanen en zeeen te vinden. Bekendste zijn de ‘plastic soup’ gyers – plekken op de oceaan waar dit drijvende kleine plastic samen klontert door de golfstromen. Onlangs werd in de Middellandse zee ook een gyre ‘ondekt’. De concentratie microplastic is daar net zo hoog als in de ‘Atlantische plastic soup’ -1 plastic vlokje per 4 vierkante meter zee.

 

Het Deense water is zuiver en helder. Ik moest het met mijn eigen ogen zien om te geloven dat er in het eerste monster, geplakt op de kwalletjes en het zeegroen ook ministukjes plastic zaten. Het zit dus echt overal. De geologen van de verre toekomst zullen uit de aardlagen precies kunnen vertellen wanneer de wegwerpmaatschappij begon. De gevolgen van deze universele film van plastic is nog niet te voorspellen. Onderzoek daarnaar is pas net gestart.

 

Oplossingen zijn er; onder andere door plastic afval te zien als een bron voor nieuw plastic. Mits het plastic zuiver gehouden wordt en niet gemengd met andere typen plastic is het telkens opnieuw bruikbaar. Dat vraagt wel een omslag bij de consument, beter verpakkingsontwerp en een terughaal systeem. Maar het roer moet om als we al ons geluk drijvende willen houden.

 

De mens is onvoorspelbaar; laat dat ook onze kracht zijn.

 

IMG_3029

foto boven: microscopische analyse van monster.

Op een onbewoond eiland

Jildou verteld al roeiend haar ontdekkingen op onbewoond eiland Aebeltoft (DK)